Robert Tieman tekent het overdrachtsdossier samen met SG Jan Hendrik Dronkers. Thierry Aartsen kijkt toe.

Demissionaire IenW-bewindspersonen willen “vooral aanpakken”

Springen op een rijdende trein

Ze kwamen beiden half juni binnen als opvolger van de vertrokken PVV-bewindspersonen: minister Robert Tieman (BBB) en staatsecretaris Thierry Aartsen (VVD). Hoe is het om in een rijdende trein te stappen? 

Robert Tieman, minister

“Ik ben zeer onder de indruk van hoe we hier ontvangen zijn; dat voelde als een warm bad. Iedereen helpt mee, denkt mee, is bereikbaar. Men is hier heel eager om zaken verder te brengen.”

Hoe ervaar je de demissionaire status; is er ruimte voor eigen accenten? 

“Die ruimte is er zeker. Veel vraagstukken kunnen ook niet wachten. Zeker niet bij IenW. Zowel links als rechts vindt de instandhouding belangrijk, waterveiligheid en voldoende zoet water, en mobiliteit. Veel van die vraagstukken worden met meerjarige strategieën aangepakt en lopen dus door. Mooi om daarmee aan de slag te gaan.” 

Welke eigen accenten heb je ingebracht? 

“In ieder geval heb ik meteen aandacht gevraagd voor de krappe financiële jas die we hebben, gezien alle opgaven. Ook vind ik dat we bij de MIRT-projecten (MIRT staat voor Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) meer echte keuzes moeten maken. We kunnen projecten niet eeuwig op een lijst laten staan zonder dat ze worden uitgevoerd. Ander voorbeeld is verkeersveiligheid: de nieuwste cijfers over de fatbikes waren zorgelijk. Bovendien hebben we drie onafhankelijke onderzoeken laten uitvoeren. Hieruit blijkt dat een aparte categorie voor fatbikes in de wet feite ondoenlijk is. Ook ontstaat er dan een kat-en-muis-spel tussen de fabrikant en de wetgever. Dus vond ik het belangrijk om hierop in te grijpen, met maatregelen die uitvoerbaar zijn. Zoals een helmplicht voor jongeren die rijden op een elektrische fiets.”

Hoe bouw je in zo’n periode een relatie met de stakeholders op? 

“Het grappige is dat ik zelf stakeholder was van IenW, vanwege mijn verschillende voorgaande functies (o.a. Hoogheemraadschap Delfland, VNO-NCW en Deltalinqs, red.). Ik ken vanuit die verschillende functies ook al veel van onze stakeholders. Enorm belangrijk om daarin te blijven investeren. Niet alleen in formele bestuursoverleggen maar ook met werkbezoeken. Alleen al om uit de eerste hand te horen of iets uitvoerbaar en handhaafbaar is. Het kan er op papier mooi uit zien, maar voeling met de praktijk is van levensbelang voor IenW.”

Thierry Aartsen, staatssecretaris

Had je meteen een doel voor ogen? 

“Allereerst vond ik het echt een eer om hiervoor gevraagd te worden. Zeker omdat het nieuw terrein voor me was. Maar tegelijkertijd zag ik het ook als kans. Je merkt aan het sentiment in het land dat iedereen het politieke gekissebis beu is. Er is een enorme behoefte aan daadkracht, oplossingen en het doorhakken van knopen. Ik heb dan ook snel met de minister afgesproken dat ons uitgangspunt was: boem is ho. We gaan aan de slag. We pakken vraagstukken gewoon op waarvan wij vinden dat het nodig is, en we horen het vanzelf wel als de Kamer het er niet mee eens is.

Het is leuk om zo samen met de minister nieuw te beginnen. En ja, natuurlijk zag ik het ook als kans om een aantal dossiers nieuw perspectief te bieden. Bijvoorbeeld meer met een economische bril naar milieu-onderwerpen en circulaire economie te kijken. En me hard te maken voor een veilig openbaar vervoer.”  

Hoe betrek je de buitenwereld hierin?

“Die relatie is essentieel. Ik heb meteen gezegd dat ik naar de noordelijke provincies wilde. Er was heel veel onrust en wantrouwen ontstaan door die verschrikkelijke Voorjaarsnota-nacht. In die nacht verdween in de onderhandelingen tussen de coalitiepartijen opeens de Lelylijn uit de plannen van het kabinet. Dat heeft veel kwaad bloed gezet. Je hebt dan een rol als bestuurder om daar snel het vertrouwen enigszins te herstellen. Als je dat negeert en je laat niet merken dat je de emotie herkent, dan sta je meteen met 3-0 achter.”

“Bovendien heeft de praktijk altijd gelijk. Je moet de buitenwereld in om die te kennen en te horen. Je kunt in beleidsstukken opschrijven hoe de situatie buiten is. Als mensen het daar niet herkennen dan gaat er iets mis. Als bestuurder moet je die praktijk leren kennen. Het is dus belangrijk om het Haagse pand regelmatig uit te komen.”