Auto's, fietsers en voetgangers rijden en lopen over een drukke rotonde

20 jaar Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM)

‘Geen stemverheffing nodig om gehoord te worden’

Al twintig jaar voedt het KiM ‘op warme afstand’ het mobiliteitsbeleid met kennis en analyses. Inmiddels geldt het instituut als gezaghebbend binnen de mobiliteitssector. In rapporten en adviezen laat het KiM de feiten voor zich spreken. Hiermee prikken ze geregeld doemscenario’s of droombeelden door.

“Ons eerste rapport heette ‘Toekomst vaste infrastructuur of flexibele opties’, zegt Arjen ’t Hoen, plaatsvervangend directeur en vanaf het begin werkzaam bij het KiM. “Dat rapport ging over het investeringenbeleid. Het was een tijd van bouwen, aanleg van nieuwe infra om knelpunten op te lossen. Dat is echt wel anders nu. Er is schaarste en bovendien kijken we met een bredere blik naar de bereikbaarheid van voorzieningen, zoals werk, scholen en ziekenhuizen.” Ter illustratie leest hij een lijstje voor uit dat rapport van hele grote infra-bouwprojecten, zoals de A6/A9, Tweede Maasvlakte, HSL Zuid en HSL Oost en Rondje Randstad. Deels uitgevoerd, deels afgeblazen.

“Die verschuiving van puur mobiliteit naar bereikbaarheid is denk ik de grootste verandering in het mobiliteitsbeleid in al die jaren”, zegt directeur Serge van Dam. “Dit betekende ook dat we bij het KiM in de loop der jaren andere vragen hebben gekregen. Minder gericht op bijvoorbeeld het klassieke uitrekenen van voertuigverliesuren, en meer op: welke voorzieningen zijn wel of niet goed bereikbaar voor bepaalde groepen in de verschillende regio’s?” Inmiddels is het KiM gegroeid van een handjevol naar 35 mensen. Het jaarlijkse Mobiliteitsbeeld met heel veel feiten en cijfers over de mobiliteit in Nederland geldt als basisrapport voor veel beleidsbeslissingen.

Directeur Serge van Dam tijdens het KiM-symposium 2025 Kiezen in tijden van schaarste.

Overschrijdingen

Terug naar twintig jaar geleden. De geboorte van het KiM. De Tweede Kamer wilde betere regie op grote infra-projecten. Aanleiding waren de grote budgetoverschrijdingen op de Betuweroute en de HSL Zuid. De Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten werd opgericht in 2004, onder leiding van Adri Duivesteijn.

Eén van de aanbevelingen van deze commissie was dat de kennisbasis voor het mobiliteitsbeleid steviger moest. Om die basis te verbeteren werd in 2006 het KiM opgericht. Arjen ’t Hoen was betrokken bij het rapport waar het KiM uit voortkwam. De titel was: ‘Op warme afstand’. Dit dekt nog steeds de lading volgens hem: “Het drukt onze positie goed uit. We horen bij het ministerie maar we zijn onafhankelijk. We dragen de feiten aan en onderbouwingen, maar de keuzes laten we over aan beleidsmedewerkers en de politici. Die hebben met meer afwegingen te maken, denk aan financiën en politiek draagvlak.”

Digitalisering

In twintig jaar produceerde het KiM 700 rapporten. Van autonoom rijden tot e-bikes, en van goederenvervoer tot duurzaam vliegen. Terugkijkend zien ze dat de mobiliteit flink is veranderd. Van Dam: “Groei speelt een belangrijke rol. Er waren twintig jaar geleden ruim 16 miljoen inwoners en nu 18 miljoen. Ook het aantal auto’s is met twee miljoen toegenomen, er was de opmars van de e-bike, en ook de Iphone bestond toen nog niet. De digitalisering is fors toegenomen. Twintig jaar lijkt niet eens zoveel, maar het was toch echt een andere tijd.” 

Wensdenken

Met hun onderzoeken prikken ze regelmatig doemscenario’s of hardnekkig wensdenken door. Onlangs onderzochten ze bijvoorbeeld de effecten van de vliegtax in Nederland: Nederlandse reizigers zouden massaal kiezen voor het vliegveld in een buurland. Dit bleek niet het geval. “De prijs is slechts één van de afwegingen van mensen. Gemak speelt ook een grote rol.”

Deelauto’s: voorbeeld van wensdenken. Foto: Bart Maat.

Welke voorbeelden van wensdenken hebben ze nog meer doorgeprikt? Van Dam: “Denk aan deelauto’s, en logistieke hubs aan de rand van de steden. Deze hubs zouden kleine elektrische voertuigen bevoorraden voor de stedelijke distributie van goederen. Het zingt al jaren rond dat dit een oplossing is voor het terugdringen van uitstoot en betere efficiëntie van distributie. In de praktijk komt het nauwelijks van de grond doordat die hubs niet economisch levensvatbaar zijn.”

Zeggen jullie dan: hou ermee op, het werkt niet? Van Dam: “Dat is niet aan ons. We blijven bij de inhoud en laten de feiten voor zichzelf spreken. We hoeven niet onze stem te verheffen om gehoord te worden. Onze rapporten hebben echt effect. Maar we begrijpen ook dat beleidsbeslissingen niet alleen op basis van feiten worden genomen.”