Ruben Vlaander

Ruben Vlaander: “Rapport-Van Aartsen was keerpunt”

Zesentwintig omgevingsdiensten zorgen voor de veiligheid en leefbaarheid in Nederland. Sinds de commissie Van Aartsen in 2021 met forse conclusies kwam over de bescherming van onze leefomgeving is er veel veranderd in het stelsel van omgevingsdiensten. Welke rol heeft vakvereniging OmgevingsdienstNL?

Het zijn spannende tijden voor de omgevingsdiensten van Nederland. Dit najaar horen ze of ze voldoen aan alle criteria waaraan een robuuste omgevingsdienst worden gesteld. Zijn ze in staat om hun taken naar behoren uit te voeren? Hebben ze de juiste mensen, middelen, kennis? Het is een bijzondere fase in een professionaliseringsslag die nu vijf jaar loopt. 

Hoe zat het ook alweer? In 2021 constateerde de commissie Van Aartsen dat het VTH-stelsel (Vergunningen, Toezicht en Handhaving) waarmee we ons milieu beschermen onvoldoende functioneert. Het was te gefragmenteerd en vrijblijvend en de doorgevoerde verbeteringen leverden onvoldoende resultaat op. "Onze leefomgeving verdient beter", zei Van Aartsen. Samen met IenW, IPO en VNG zijn de omgevingsdiensten de afgelopen jaren aan de slag gegaan om het stelsel te verbeteren.

Is er veel gebeurd bij de omgevingsdiensten de afgelopen jaren? 

Ruben Vlaander: "We zijn onafhankelijk en zorgen voor een gezond en leefbaar land. We hebben wel iets te beschermen.”

“Heel veel. Er is een enorme professionaliseringsslag gemaakt en er is ook meer bekendheid over het werk van de omgevingsdiensten. Vroeger moest ik vaak uitleggen wat een omgevingsdienst doet, dat is nu veel minder. Over een paar jaar zijn we net zo bekend als de brandweer.” Ruben Vlaander is voorzitter van OmgevingsdienstNL, de vereniging van de omgevingsdiensten. Daarnaast is hij directeur van de Omgevingsdienst Groene Metropool, die actief is in de regio Arnhem/Nijmegen.

Welke rol heeft OmgevingsdienstNL precies?

“Het is een vakvereniging met een hele inhoudelijke functie. Tien jaar geleden is de vereniging opgezet als netwerk voor alle directeuren van omgevingsdiensten. Vooral bedoeld om ervaringen uit te wisselen. Sinds Van Aartsen met zijn rapport kwam hebben we dit netwerk in hoog tempo uitgebouwd. OmgevingsdienstNL heeft nu veel meer een vakinhoudelijke functie voor alle 7000 medewerkers binnen de omgevingsdiensten. Denk aan kennisuitwisseling, het uniformeren van data en werkwijzen, en we hebben een academie opgezet. Alle medewerkers kunnen hier terecht voor hun opleiding. Of het nu gaat om milieurecht en techniek of hele specialistische modules over geluidsmetingen.”

Kennisontwikkeling: waar moet je aan denken?

“Denk aan Pfas of staalslakken: sommige omgevingsdiensten hebben er veel mee te maken, andere minder. Maar je komt deze onderwerpen overal wel een keer tegen. Niet iedereen heeft die kennis hierover. Het is heel nuttig om dit te kunnen uitwisselen. Je kunt elkaar versterken. Dat is allemaal niet vanzelfsprekend. Mijn collega’s zijn dol op hun vak; je mag zelfs zeggen dat ze vakidioot zijn. Daar hoort ook bij dat ze in hun enthousiasme alles graag zelf uitzoeken. Dat is niet altijd de meest efficiëntie manier. Je hoeft gelukkig het wiel niet altijd zelf uit te vinden, maar dat betekent dat die specialisten elkaar wel moeten vinden. Dat moet je actief stimuleren en coördineren.”

Beeld: Shivam Mahadew

In Spijk zijn staalslakken gebruikt in een geluidsscherm rondom een golfbaan. Volgens de gemeente West-Betuwe, waar Spijk onder valt, heeft de aannemer zich daarbij niet gehouden aan de afspraak dat de staalslakken zouden worden ingepakt. Daardoor konden de giftige stoffen vrijkomen in de omgeving. Omwonenden werden ziek, en hun dieren ook. De staalslakken zijn nu apart opgeslagen en het vervuilde terrein wordt gesaneerd.

Is er meer druk op de omgevingsdiensten?

“Zeker. Er is veel meer belangstelling in de maatschappij en in de politiek voor leefbaarheid. Leefbaarheid staat ook onder druk: denk aan woningbouw, aan de energievoorziening, de stikstofdiscussie en ook ondermijning. De strijd om de ruimte is nu gaande. Gelukkig worden we nu steeds vaker bij het begin van een project om advies gevraagd. Bijvoorbeeld bij de bouw van een fabriek of een woningbouwproject. Dat is beter dan dat je aan het eind moet zeggen wat er allemaal niet kan. Uiteraard is het wel cruciaal dat rol en verantwoordelijkheid helder zijn: we zijn onafhankelijk en zorgen voor een gezond en leefbaar land. We hebben wel iets te beschermen.”

Staan we er nu beter voor dan vijf jaar geleden?

“Absoluut. We zijn van 29 naar 26 omgevingsdiensten gegaan, er is veel meer kennisuitwisseling, de werkwijzen zijn meer op elkaar afgestemd, er wordt veel aan opleiding gedaan. Er zijn hele duidelijke criteria waar een omgevingsdienst aan moeten voldoen. Daar is ook veel werk in gestoken. Niet alleen door de omgevingsdiensten zelf, maar zeker ook door IenW, IPO en VNG. Je merkt aan alles dat er een gezamenlijke wil is om het stelsel te verbeteren.”