
Mer als kompas: Uithoorn zet de volgende stap
Anke Krieger en Floortje Boos (gemeente Uithoorn)
Uithoorn gebruikt de mer niet langer als verplicht nummer, maar als stuurinstrument voor beleid. In een nieuwe pilot laat de gemeente zien hoe je met de mer-systematiek je beleidskeuzes beter kunt onderbouwen, meten en bijsturen nog vóórdat het moet. Daarmee probeert Uithoorn een hardnekkig beeld te kantelen: van dat de mileueffectrapportage (mer) vooral ‘gedoe’ is, naar mer als een kans.
Twee jaar geleden nam de gemeente Uithoorn het initiatief voor de leerkring ‘Mer-basis op orde’. Tien gemeenten trokken samen op om slimmer met de mer om te gaan. Nu zet Uithoorn de volgende stap: een pilot waarbij ze de mer-systematiek bewust inzetten bij het opstellen van hun omgevingsprogramma’s. Niet omdat ze daartoe verplicht zijn, maar omdat ze er grote strategische meerwaarde in zien. “Pas die mer-systematiek toe, ook als je er niet toe verplicht bent. Het levert je meer op dan alleen het voldoen aan een verplichting.”
Van leerkring naar pilot
Uithoorn was in 2023 het startpunt van een landelijke beweging. Samen met ingenieurs- en adviesbureau Antea Group brachten ze negen andere gemeenten, twee ministeries, de Commissie mer en Platform31 bij elkaar om kennis te delen over mer bij omgevingsbeleid. Het resultaat was de handreiking ‘Mer-basis op orde’: een modulair instrument dat gemeenten helpt efficiënter met de mer om te gaan. Die handreiking bleek een succes, met meer dan 170 aanwezigen bij het lanceringswebinar en toepassing in diverse gemeenten.
Maar voor Uithoorn was de handreiking geen eindpunt. “We hebben een stappenplan gemaakt voor wat je eigenlijk allemaal nodig hebt om die mer-basis vorm te geven”, vertelt Anke Krieger, coördinator strategisch adviseur ruimtelijke ontwikkeling bij de gemeente Uithoorn. “Een van die stappen is het opstellen van een mer-strategie: hoe kun je het instrument mer inzetten om bij te dragen aan het bereiken van maatschappelijke effecten?”
In 2025 nam het college van Uithoorn een besluit: ze zouden een pilot gaan draaien waarbij ze die mer-strategie in de praktijk brengen bij het opstellen van hun omgevingsprogramma’s.
Omgevingsvisie zonder mer: bewuste keuze
Uithoorn heeft bij de vaststelling van de omgevingsvisie bewust geen plan-mer opgesteld. De visie bevat vooral ambities en benoemt geen concrete ontwikkelingen die mer-plichtig zijn. De gemeenteraad heeft vastgelegd dat de beoordeling van milieueffecten plaatsvindt bij de verdere uitwerking in programma’s.
In de pilot verkent Uithoorn hoe de mer-systematiek breder kan worden ingezet voor het vormgeven van de beleidscyclus. Omdat bij de omgevingsvisie geen plan-mer is opgesteld, start de gemeente nu met een uitgebreidere leefomgevingsfoto als nulmeting. Die maakt het mogelijk om indicatoren scherper te benoemen en een basis te leggen voor effectmeting.
De pilot is bedoeld om ervaring op te doen met deze werkwijze. Daarbij wordt ook zichtbaar wat het zou hebben opgeleverd als bij de omgevingsvisie al een plan-mer op ambitieniveau was opgesteld en hoe je daar vervolgens mee omgaat. Dat wordt gezien als bijvangst, niet als het primaire doel van de pilot.
Doen als het niet hoeft
Wat Uithoorn met de pilot wil laten zien, gaat verder dan alleen voldoen aan een wettelijke verplichting. Het gaat juist om wat de mer-systematiek oplevert als je hem bewust inzet. “Er is een soort primaire reactie zodra je het over de mer hebt”, zegt Krieger. “Ingewikkeld, tijdrovend, duur, veel gedoe. En als je eraan kunt ontkomen, dan moet je dat vooral doen. Dat is het beeld.”
Uithoorn wil dat beeld doorbreken. Want de mer is meer dan een wettelijk vinkje. “Pas die mer-systematiek toe als instrument, ook als je er niet toe verplicht bent”, benadrukt Krieger. “Het helpt je je beleidscyclus beter vorm te geven. Het helpt bij monitoring en evaluatie. En het helpt het bestuur om heldere, transparante besluiten te nemen, omdat je alternatieven afweegt.”
Floortje Boos, projectleider Programma’s Omgevingswet bij de gemeente Uithoorn, legt het uit aan de hand van een concreet voorbeeld. “Een van de pijlers in de omgevingsvisie van Uithoorn is ‘Groen-blauw en duurzaam omarmen’. Daarin staat dat groen een positief effect moet hebben op de gezondheid van inwoners. Uit onderzoek weten we dat je daarvoor minimaal 30% groen nodig hebt in een gebied. Maar hoeveel groen heeft jouw gemeente dan? En waar zitten de gebieden waar dat een opgave is?” Hetzelfde geldt voor hittestress, wateroverlast of recreatieve zones. “Zodra een visie zegt ‘meer en beter’, maar geen cijfers geeft, weet je niet waar je staat. Een goede dataset maakt dat zichtbaar.”
"Pas die mer-systematiek toe, ook als je er niet toe verplicht bent. Het levert je meer op dan alleen het voldoen aan een verplichting."
Mer als schakel in de beleidscyclus
Wat Uithoorn nastreeft, is een sluitende beleidscyclus. De omgevingsvisie beschrijft de ambities en maatschappelijke effecten die het bestuur wil bereiken. De omgevingsprogramma’s werken uit hoe de gemeente die ambities denkt te realiseren, met concrete maatregelen en inspanningen. De mer-systematiek verbindt die twee: ze maakt zichtbaar of de maatregelen ook daadwerkelijk bijdragen aan de beoogde effecten.
“We hopen uiteindelijk dat dit ook zichtbaar wordt in de planning- en controlcyclus”, zegt Krieger. “Dus van begroting naar jaarrekening, van middelen naar verantwoording. Dat je als raad kunt zien: doen we de juiste dingen en doen we ze goed?”
Uithoorn heeft bij die ambitie een sterk vertrekpunt. “De wil om datagedreven te werken is bij het bestuur van Uithoorn heel groot”, zegt Boos. “Zij zien het genereren van data als noodzakelijk en vinden het van grote waarde. Dat maakt ook dat deze pilot hier gewoon goed doorloopt.”
Pionieren in de praktijk
De pilot loopt nu. Uithoorn stelt momenteel drie gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s op: voor het Dorp aan de Amstel, de Droogmakerijen en het Hogeland. De omgevingsvisie is opgebouwd rond vijf pijlers: ‘groen, blauw en duurzaam omarmen’; ‘gezond en veilig leven’; ‘toekomstbestendig wonen en verplaatsen’; ‘veerkrachtig ondernemen’ en ‘sociaal en cultureel verbinden’. Elk gebied kent een andere volgorde van prioriteiten. De mer-systematiek helpt om die afwegingen expliciet te maken.
Tegelijkertijd is er nog veel te ontdekken. De Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) wordt nu opgesteld: een plan van aanpak voor hoe het milieueffectrapport er precies uit moet komen te zien. De aanbesteding voor het eigenlijke rapport heeft enige vertraging opgelopen. De verwachting is dat de pilot in het eerste kwartaal van 2027 afgerond kan worden.
“Er is geen blauwdruk die voor elke gemeente hetzelfde werkt”, zegt Krieger. “Maar ons advies aan andere gemeenten is: begin met die mer-basis. Gebruik de handreiking. En als je eenmaal aan het sturen bent op maatschappelijke effecten, dan is de mer-systematiek het logische instrument om daar handen en voeten aan te geven.”
Boos vult aan: “De omgevingsprogramma’s vormen het instrument dat de samenhang in je beleidscyclus brengt. Monitoring en evaluatie zijn er wettelijk in verankerd. En de mer-systematiek is de meest logische manier om de effecten van je inspanningen voor de leefomgeving te meten. Waarom zou je dan iets nieuws bedenken?”
"De mer-systematiek is de meest logische manier om de effecten van je inspanningen voor de leefomgeving te meten. Waarom zou je iets nieuws bedenken?"
Wat andere gemeenten nu doen
Uithoorn is voorlopig een uitzondering door - naast de verplichte programma’s op basis van de Omgevingswet - met drie gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s aan de slag te gaan. Veel gemeenten zijn op dit moment vooral bezig met het vaststellen van hun omgevingsvisie, die voor eind 2026 digitaal gepubliceerd moet zijn. De stap naar gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s, en naar de mer-systematiek als strategisch instrument, is voor de meeste gemeenten nog toekomstmuziek.
“De beweging is in gang gezet”, zegt Krieger. “En als wij met onze pilot laten zien wat het oplevert, hoop ik dat meer gemeenten de stap zetten. Niet omdat het moet, maar omdat het helpt.”