Laatste update: juni 2026
Nederland beschikt over een omvangrijk netwerk van wegen, vaarwegen, waterwerken en kunstwerken. Zoals bruggen, sluizen, tunnels en gemalen. Om dit netwerk veilig en beschikbaar te houden, is goed inzicht nodig in de levensduur, technische conditie, veiligheid en beschikbaarheid van de infrastructuur.
In dit hoofdstuk laten cijfers en indicatoren zien hoe het staat met het hoofdwegennet, hoofdvaarwegennet en hoofdwatersysteem. De gegevens laten zien dat een groeiend deel van de kunstwerken het einde van de verwachte levensduur nadert, terwijl de veiligheid en beschikbaarheid in veel gevallen gelijk zijn gebleven.
Hoofdwegennet
Overzicht van de oordelen over het hoofdwegennet
| Objectcategorie | Criterium | Oordeel |
|---|---|---|
| Kunstwerken | Veiligheid | Gemiddeld |
| Levensduur | 26% heeft <1/3 van de verwachte levensduur over | |
| Technische conditie | 77% scoort ‘matig’ | |
| Asfalt op Rijkswegen | Veiligheid | Gemiddeld |
| Levensduur | 32% heeft <1/3 van de verwachte levensduur over | |
| Bermen | Veiligheid | ±60% voldoet |
| Dynamisch verkeersmanagement (o.a. matrixborden, camera’s) | Levensduur | 41% heeft <1/3 van de verwachte levensduur over |
| Beschikbaarheid van wegen en kunstwerken samengevoegd | Beschikbaarheid | Goed |
Bron: Staat van de Infrastructuur 2024 - Rijkswaterstaat
Bouwjaren kunstwerken in het hoofdwegennet: tunnels, beweegbare bruggen, vaste stalen bruggen en aquaducten.
Peildatum 1 januari 2025.
Beeld: Staat van de Infrastructuur 2024 - Rijkswaterstaat
Deze figuur toont het aantal kunstwerken op het hoofdwegenet (HWN) naar periode van aanleg. Het gaat om tunnels, beweegbare bruggen, vaste stalen bruggen en aquaducten. De peildatum is 1 januari 2025. Veel kunstwerken zijn aangelegd in de periode 1960–1980. In deze jaren werden vooral vaste stalen bruggen en beweegbare bruggen gebouwd. Ook in de periode 1970–1980 is een relatief groot aantal kunstwerken gerealiseerd. In latere decennia blijft de aanleg doorgaan, met onder meer aquaducten en nieuwe bruggen. De figuur laat zien dat een groot deel van de kunstwerken inmiddels meerdere decennia oud is.
Bouwjaren kunstwerken in het hoofdwegenet: viaducten en vaste betonnen bruggen.
Peildatum: 1 januari 2025
Beeld: Staat van de Infrastructuur 2024 - Rijkswaterstaat
Deze figuur toont het aantal viaducten en vaste betonnen bruggen op het hoofdwegenet (HWN) naar periode van aanleg. De peildatum is 1 januari 2025.
Het grootste deel van deze kunstwerken is gebouwd in de periode 1960–1990. Vooral tussen 1970 en 1980 zijn veel kunstwerken aangelegd. In deze periode werden 725 viaducten en 171 vaste betonnen bruggen gerealiseerd.
Ook in de decennia daarna zijn nog veel kunstwerken gebouwd, onder meer 429 viaducten en 84 vaste betonnen bruggen tussen 2000 en 2010, en 335 viaducten en 85 vaste betonnen bruggen tussen 2010 en 2020. De figuur laat zien dat een groot deel van de kunstwerken inmiddels enkele decennia oud is.
Resterende levensduur van kunstwerken in het hoofdwegennet, gewogen naar vervangingswaarde.
Peildatum 1 januari 2025
Beeld: Staat van de Infrastructuur 2024 - Rijkswaterstaat
Deze figuur toont de verdeling van kunstwerken op het hoofdwegenet (HWN) naar resterende verwachte levensduur, gewogen naar vervangingswaarde. Het gaat om vaste stalen bruggen, beweegbare bruggen, vaste betonnen bruggen, viaducten, aquaducten en tunnels. De peildatum is 1 januari 2025.
Een groot deel van de kunstwerken heeft nog een aanzienlijk deel van de verwachte levensduur over. Vooral tunnels en aquaducten bevinden zich grotendeels in de categorie met meer dan 33% van de levensduur resterend.
Bij bruggen en viaducten is de spreiding groter. Een deel van deze kunstwerken heeft nog relatief veel levensduur over, terwijl een ander deel zich dichter bij het einde van de verwachte levensduur bevindt of deze al heeft overschreden. De figuur laat daarmee zien dat de leeftijdsopbouw van kunstwerken op het hoofdwegenet sterk varieert.
Hoofdvaarwegennet
| Objectcategorie | Criterium | Oordeel of toelichting |
|---|---|---|
| Kunstwerken (schutsluizen en bruggen) | Veiligheid | Gemiddeld |
| Levensduur | 34% heeft minder dan 1/3 van de verwachte levensduur over | |
| Betrouwbaarheid | 22% minder storingen dan in 2023 | |
| Beschikbaarheid | Gemiddeld | |
| Technische conditie | 59% scoort 'matig' | |
| Verkeersvoorzieningen (o.a. kribbakens, lichten(lijnen) en betonningen die vaarwegen afbakenen) | Veiligheid | Goed |
| Bodems vaargeul | Technische conditie | Goed |
Beeld: Staat van de Infrastructuur 2024 - Rijkswaterstaat
Bouwjaren kunstwerken hoofdvaarwegenet.
Peildatum 1 januari 2025
Beeld: Staat van de Infrastructuur 2024 - Rijkswaterstaat
Deze figuur toont het aantal kunstwerken in het hoofdvaarwegennet (HVWN) naar periode van aanleg. Het gaat om schutsluizen, beweegbare bruggen, vaste stalen bruggen en vaste betonnen bruggen. De peildatum is 1 januari 2025.
Veel kunstwerken zijn gebouwd in de periode 1930–1940, met onder meer 29 vaste stalen bruggen, 16 vaste betonnen bruggen, 4 beweegbare bruggen en 23 schutsluizen. Ook in de periode 1960–1970 zijn relatief veel kunstwerken aangelegd, waaronder 20 vaste betonnen bruggen, 18 vaste stalen bruggen, 8 beweegbare bruggen en 25 schutsluizen.
In latere decennia blijft de aanleg doorgaan, met name van vaste betonnen bruggen. Zo zijn er 33 gebouwd in de periode 2010–2020. De figuur laat zien dat een groot deel van de kunstwerken op het hoofdvaarwegennet uit verschillende bouwperioden stamt.
Resterende levensduur kunstwerken hoofdvaarwegennet gewogen naar vervangingswaarde.
Peildatum: 1 januari 2025
Beeld: Staat van de Infrastructuur 2024 - Rijkswaterstaat
Deze figuur toont de verdeling van kunstwerken in het hoofdvaarwegennet (HVWN) naar resterende verwachte levensduur, gewogen naar vervangingswaarde. Het gaat om vaste stalen bruggen, beweegbare bruggen, schutsluizen en vaste betonnen bruggen. De peildatum is 1 januari 2025.
Bij vaste stalen bruggen heeft een deel van de kunstwerken de verwachte levensduur al (bijna) bereikt. Beweegbare bruggen en vaste betonnen bruggen bevinden zich vooral in de categorieën met 33% tot 100% van de verwachte levensduur resterend.
Voor schutsluizen ligt een groot aandeel in de categorie met 67% tot 100% van de resterende levensduur. De figuur laat zien dat de resterende levensduur van kunstwerken binnen het hoofdvaarwegennet verschilt per type object.
Hoofdwatersysteem
| Objectcategorie | Criterium | Oordeel of toelichting |
|---|---|---|
| Kunstwerken (stuwen en gemalen) | Veiligheid | Gemiddeld |
| Levensduur | 50% heeft minder dan 1/3 van de verwachte levensduur over | |
| Beschikbaarheid | Goed | |
| Technische conditie | 64% scoort 'matig' | |
| Kustlijn | Veiligheid | Goed |
| Stormvloedkeringen (o.a. Maeslantkering en Oosterscheldekering) | Veiligheid | Gemiddeld |
| Levensduur | 0% heeft minder dan 1/3 van de verwachte levensduur over | |
| Primaire waterkeringen (dijken, duinen, dammen en constructies die Nederland beschermen tegen buitenwater, zoals de zee en de grote rivieren) | Veiligheid | Goed |
| Regionale waterkeringen (alle keringen die bescherming bieden tegen overstromingen vanuit het binnenwater, zoals regionale rivieren, kanalen en boezems) | Veiligheid | Goed |
| Uiterwaarden | Veiligheid | Gemiddeld |
Beeld: Staat van de Infrastructuur 2024 - Rijkswaterstaat
Bouwjaren kunstwerken in het hoofdwatersysteem: hoogwaterkeringen, spuisluizen, gemalen en stuwen.
Peildatum 1 januari 2025
Beeld: Staat van de Infrastructuur 2024 - Rijkswaterstaat
Deze figuur toont het aantal kunstwerken in het hoofdwatersysteem (HWS) naar periode van aanleg. Het gaat om hoogwaterkeringen, spuisluizen, gemalen en stuwen. De peildatum is 1 januari 2025.
De meeste kunstwerken in deze figuur zijn aangelegd in de periode 1930–1940. In die periode gaat het vooral om 30 spuisluizen, aangevuld met 5 gemalen en 1 stuw. Ook in de periode 1980–1990 zijn relatief veel kunstwerken aangelegd, met 13 spuisluizen en 4 gemalen.
Stuwen zijn vooral gebouwd in de periode 1920–1930, met 6 stuks. Gemalen komen verspreid over meerdere perioden voor, onder meer 11 in 1970–1980 en 6 in 2010–2020. Hoogwaterkeringen zijn in deze figuur vooral zichtbaar in recentere perioden, met 2 in 2010–2020 en 2 in 2020–2030.
De figuur laat zien dat veel kunstwerken in het hoofdwatersysteem uit oudere bouwperioden stammen, met een duidelijke piek in de jaren dertig en een tweede concentratie in de jaren tachtig.
Resterende levensduur kunstwerken hoofdwatersysteem gewogen naar vervangingswaarde.
Peildatum: 1 januari 2025
Beeld: Staat van de Infrastructuur 2024 - Rijkswaterstaat
Deze figuur toont de verdeling van kunstwerken in het hoofdwatersysteem (HWS) naar resterende verwachte levensduur, gewogen naar vervangingswaarde. Het gaat om gemalen, spuisluizen, stuwen en hoogwaterkeringen. De peildatum is 1 januari 2025.
Bij gemalen en spuisluizen bevindt een groot deel van de kunstwerken zich in de categorie met 33% tot 67% van de verwachte levensduur resterend. Een kleiner deel heeft nog meer dan 67% van de levensduur over.
Stuwen vallen vrijwel volledig in de categorie met 33% tot 67% resterende levensduur. Bij hoogwaterkeringen ligt juist het grootste deel in de categorie met 67% tot 100% van de verwachte levensduur resterend.
De figuur laat zien dat de resterende levensduur binnen het hoofdwatersysteem verschilt per type kunstwerk.
Bouwjaren kunstwerken in het hoofdwatersysteem: stormvloedkeringen.
Peildatum 1 januari 2025
Beeld: Staat van de Infrastructuur 2024 - Rijkswaterstaat
Deze figuur toont het aantal stormvloedkeringen naar periode van aanleg. De peildatum is 1 januari 2025.
Stormvloedkeringen zijn gebouwd in verschillende perioden. In de perioden 1950–1960, 1960–1970 en 1970–1980 is telkens één stormvloedkering aangelegd. In de periode 1990–2000 zijn twee stormvloedkeringen gebouwd en in 2000–2010 nog één.
De figuur laat zien dat de aanleg van stormvloedkeringen vooral plaatsvond in de tweede helft van de twintigste eeuw en rond de eeuwwisseling.
Resterende levensduur stormvloedkeringen gewogen naar vervangingswaarde.
Peildatum: 1 januari 2025
Beeld: Staat van de Infrastructuur 2024 - Rijkswaterstaat
Deze figuur toont de verdeling van stormvloedkeringen naar resterende verwachte levensduur, gewogen naar vervangingswaarde. De peildatum is 1 januari 2025.
Het grootste deel van de stormvloedkeringen heeft nog tussen 33% en 67% van de verwachte levensduur over. Een kleiner deel valt in de categorie met meer dan 67% van de levensduur resterend.
De figuur laat zien dat geen van de stormvloedkeringen zich in de categorieën bevindt waarin de verwachte levensduur bijna is bereikt of al is overschreden.
Hoofdsysteem Spoorinfrastructuur
| Spoorinfrastructuur Hoofdsysteem | Systemen opgenomen in Staat van de Infrastructuur | Onderliggende assets |
|---|---|---|
| Geleidesysteem | Spoor |
|
| Wissels | ||
| Doorsnijdingssysteem (alle objecten en kunstwerken die de spoorbaan kruisen of de directe omgeving ervan afschermen) | Bruggen & tunnels | (Onderdeel Staat van de Infrastructuur)
|
| Overweg | ||
| Energievoorzieningssysteem | Energievoorziening | (Onderdeel Staat van de Infrastructuur)
|
| Treinbeveiligingssysteem | Treinbeveiliging | (Onderdeel Staat van de Infrastructuur)
|
| Draagsysteem |
| |
| Treinbeheersingssysteem |
| |
| Communicatiesysteem |
|
Bron: Staat van de Spoorinfrastructuur 2024
| Systeem | Oordeel levensduur | Oordeel betrouwbaarheid | Totaal |
|---|---|---|---|
| Spoor | Gemiddeld | Goed | Ruim voldoende |
| Wissels | Jong | Gemiddeld | Ruim voldoende |
| Bruggen & tunnels | Jong | Goed | Goed |
| Overwegen | Gemiddeld | Gemiddeld | Voldoende |
| Energievoorziening | Verouderd | Goed | Voldoende |
| Treinbeveiliging | Gemiddeld | Erg goed | Goed |
| Totaal | Gemiddeld | Goed | Ruim voldoende |
Bron: Staat van de Spoorinfrastructuur 2024